De Bengaal: een ras apart

Het fokken met Bengalen

Waarom Bengalen fokken?

Lopend Vuur Marmelade Bengalen zijn een leuk ras om te fokken, omdat het ras zeer gezond is en Bengaalpoezen meestal makkelijk bevallen en goede moeders zijn. Natuurlijk kan er ook met Bengaalkittens wat mis gaan, maar dat gebeurt zelden, de kittens groeien over het algemeen zeer voorspoedig op. De nesten bestaan gemiddeld uit vier zeer levendige kittens, die samen de boel op stelten zullen zetten. Bengalen zijn ook een zeer uitdagend ras om te fokken, omdat binnen het ras nog zeer veel mogelijkheden bestaan tot verbetering waarover de fokker zijn aandacht moet verspreiden. Verschillende aandachtspunten geven andere 'typen' Bengalen, waardoor de verschillen in uiterlijk binnen het ras vrij groot zijn. Ook gaan de ontwikkelingen binnen het ras daardoor relatief snel: als je twee 'typen' combineert kan je in één generatie zeer grote vooruitgang boeken. Een enkele fokker kan daardoor met relatief weinig katten een grote invloed op het ras uitoefenen.

Vroege generaties

Bij de Bengaal moet je bij het fokken rekening houden met het aantal generaties dat een dier van de wilde voorouder verwijderd is. Dicht bij het wild staande Bengalen, de vroege generaties F-1, F-2 en F-3 zijn vaak zeer aantrekkelijk om te zien en lijken zeer geschikt om op een snelle manier gewenste eigenschappen binnen te halen. Het zijn echter niet de gemakkelijkste fokdieren: de katers zijn vrijwel altijd steriel en dus onbruikbaar voor de fok. De poezen kunnen moeilijk te houden zijn door voornamelijk schuwheid en onzindelijkheid. Bovendien raken ze soms moeilijk zwanger, hebben zij vaak kleine nesten en kunnen zij tijdens en na de bevalling instabiel gedrag vertonen: slepen met kittens, slepen met volwassen katten (!), kittens negeren. Ook kunnen de fokresultaten met vroege generatie poezen tegenvallen want hoewel zij vergeleken bij latere generatie Bengalen relatief veel wild bloed dragen, dragen zij vaak ook relatief veel niet-Bengaals bloed in zich, wat in de kittens tot uiting kan komen. Vaak ligt het genenmateriaal van de latere generaties al beter vast, waardoor de kittens meer op elkaar en op hun ouders lijken.

Welk type Bengaal fokken?

Door de veelvormigheid van de Bengaal is het niet altijd even gemakkelijk om te beginnen met fokken: het lijkt wel of alle fokkers andere Bengalen hebben. Soms heeft één fokker zelfs totaal verschillende dieren in huis. Welk type moet je nu zelf gaan fokken? Ook de schaarse literatuur over Bengalen helpt niet: weer zien alle dieren er anders uit, tekening, koptype en kleur verschillen ontzettend. Zelfs in het land van oorsprong van de Bengaal, de Verenigde Staten, zijn de verschillen tussen individuen en catteries groot. En dan zijn er nog marbles en sneeuwbengalen om de zaak nog verder te compliceren.

Een deel van deze verschillen zal altijd blijven bestaan. Sommige mensen vinden grotere vlekken nu eenmaal mooier, anderen kleine. Hetzelfde met kleur, de hele warme kleuren zullen altijd naast de wat lichtere kleuren blijven bestaan. De Bengaal is volop in ontwikkeling om de gelijkenis met de wilde kat te vergroten en elke fokker moet bij iedere combinatie weer kiezen welke eigenschappen hij wil verbeteren. Het is nu eenmaal onmogelijk om tegelijkertijd alle eigenschappen te perfectioneren.

Daarom is het belangrijk voor de beginnende Bengaalfokker om te kiezen welk type Bengaal hij wil gaan fokken. Hierbij speelt persoonlijke smaak natuurlijk een rol, je fokt in eerste instantie een kat die je zelf mooi vindt. Maar ook het uiteindelijke fokdoel is zeer belangrijk, je zult min of meer moeten kiezen tussen snel showsuccessen behalen of op de langere termijn werken aan een steeds wilder uitziend ras. Want ook al staat in de meeste standaards vermeld dat het uiterlijk van de Bengaal op een wilde gevlekte kat moet lijken, de huidige rasstandaard is geen letterlijke beschrijving van een wilde gevlekte katachtige. De reden hiervoor is dat als de standaard een wilde gevlekte kat zou beschrijven, geen enkele Bengaal aan de standaard zou voldoen en het ras dus geen bestaansrecht zou hebben. De rasstandaard kan bij de Bengaal dus het beste gezien worden als een hulpmiddel en niet als doel op zich. Een keurmeester zou in het ideale geval keuren volgens de standaard, maar met een scherp oog voor het uiteindelijke fokdoel: het repliceren van het uiterlijk van een wilde gevlekte kat met behoud van het lieve karakter van de huiskat.

Eigenschappen die de huidige standaard ontstijgen, omdat zij meer op een wilde kat lijken dan de standaard voorschrijft, zouden op show 'beloond' moeten worden, zodat ze door de fokkers vastgelegd worden. Zodra de meerderheid van de Bengalen dan deze eigenschappen bezit, kunnen ze verplicht gesteld worden door middel van de standaard. Op die manier zou het ras met medewerking van de keurmeesters vooruitgang kunnen boeken. De werkelijkheid is, dat veel keurmeesters niet in de toekomst kijken. Wilde trekken zoals kleine oren, korte staart en witte borst staan (nog) niet in de standaard omdat ze nog veel te zeldzaam zijn en worden prompt niet beloond, maar bestraft. Als alle fokkers hun fok door showsuccessen zouden laten bepalen, zou de ontwikkeling van de Bengaal snel tot stilstand komen. Toch is het wel belangrijk dat er Bengalen op shows verschijnen: het is vrijwel de enige manier om een ras bekender te maken.

Als je regelmatig showsuccessen wilt behalen, kun je het beste een poes aanschaffen die zo goed mogelijk past binnen het verwachtingspatroon van de huidige generatie keurmeesters. Dat betekent in het algemeen dat zij een zeer warm gekleurde vacht met goudglitter moet hebben en een streeploos, regelmatig patroon van kleine vlekken. Haar kop moet weinig extreme kenmerken hebben, dus gemiddelde oren, gemiddelde ogen, gemiddelde snorhaarkussens en zo min mogelijk wit aan kin en hals. Een uitstekend contrast en een zeer zachte pels zijn zeer belangrijk.

De genetische opbouw van deze Bengaalpoes is in zoverre belangrijk, dat hij zeer stabiel moet zijn, om te zorgen dat de nakomelingen zoveel mogelijk op de haar gaan lijken (zie foto) Als de ouders van je poes veel op elkaar lijken en ook de broertjes en zusjes er vrijwel hetzelfde uitzien, is de genetische variatie tussen al deze katten waarschijnlijk zeer klein. Dat is in dit geval precies wat je zoekt. Ook als je nog een Bengaal erbij koopt dient die zoveel mogelijk op het op de show populaire type te lijken. Bloedverversing is bij deze manier van fokken alleen van belang voor de gezondheid. Genetische variatie is in principe niet gewenst omdat dan afwijkend uitziende kittens geboren kunnen worden.

Tandjong Morawa kittens Na een aantal generaties fokken krijg je een zeer stabiel type Bengaal, dat beker na beker kan winnen en nest na nest hetzelfde soort kittens geeft. Voordelen hiervan zijn, dat je precies kan voorspellen wat voor soort kittens je gaat krijgen en dat kittenkopers precies weten wat zij kopen. Nadeel is, dat de spanning een beetje uit het fokken gaat omdat grote vooruitgang niet meer mogelijk is, je komt niet dichter bij het uiterlijk van een wilde kat. Ook loopt je het risico dat er een nieuwe generatie keurmeesters opstaat, die een geheel ander type Bengaal prefereert. Bovendien zijn de 'lange termijn' fokkers nog steeds bezig met het fokken van een nieuwe generatie Bengalen met een revolutionair wild uiterlijk. Als zij in hun opzet slagen, zullen hun mini-luipaardjes waarschijnlijk het roer overnemen.

De andere keuze, het fokken naar een wilder type op de langere termijn, levert dus minder showsuccessen op. De wild uitziende eigenschappen zijn het moeilijkst te verkrijgen en behouden, en worden vaak op shows het minst gewaardeerd. Voorbeelden hiervan zijn een lichte buik en borst, kleine ronde oren, een gele grondkleur en groot gevlekte patronen. Omdat deze eigenschappen nog niet in alle Bengalen aanwezig is het moeilijk om aan goede fokdieren te komen. Bovendien komen sommige eigenschappen pas tot hun recht als ze in een zeer vergevorderd stadium van perfectie zijn. Een voorbeeld hiervan is de gele kleur. Een geel gekleurde vacht verraadt meteen de aanwezigheid van zelfs het minste beetje ticking door een afname van het contrast van de tekening. De reden hiervoor is, dat het kleurverschil tussen zwarte haarpunt en gele tussenkleur erg groot is, waardoor een spikkel-effect ontstaat dat het contrast bederft. De rossige kleur kan ticking zeer goed verbergen, omdat het kleurverschil klein is: de toppen zijn donkerbruin en de tussenstukken roodbruin. Een tickingvrije vacht heeft geen kleurverschil tussen top en basis van de haar: de hele haar heeft één kleur.Voordat de gele vacht dus goed tot zijn recht komt, moet jaren selectief gefokt worden om de zwarte haren van de tekening van de top tot de huid zwart te krijgen en de gele haren van de top tot de huid geel.

Lopen Vuur Bespottelijk en Mieperdepiep HoeraOm de populatie gedurende deze jaren gezond te houden en om eventuele nog gewenste eigenschappen te introduceren of te versterken, moeten regelmatig andere typen Bengalen ingekruist worden. De onverwante dieren zijn genetisch vaak zeer verschillend, waardoor in een nest verrassend mooie, maar ook tegenvallende kittens geboren kunnen worden. Voor deze manier van fokken heb je dus een langere adem nodig en een duidelijk beeld van wat bereikt kan worden. Verkoop van kittens voor de fok is moeilijker, omdat niet altijd te voorspellen is hoe ze uit zullen groeien. Ook is het eindresultaat niet zeker, het is best mogelijk dat een verkeerde veronderstelling is gemaakt en een bepaalde stap niet mogelijk is. De fok is echter veel uitdagender doordat de nesten elke keer weer verrassingen opleveren en doordat in zeer korte tijd soms zeer grote vooruitgang kan worden geboekt. En als uiteindelijk het beoogde fokdoel benaderd of bereikt wordt, zal de gelijkenis met de een wilde gevlekte kat treffend zijn voor iedereen die ooit bewonderend naar de schoonheid van een ocelot of luipaard heeft gekeken.

Een goed begin...

Als je een beeld gevormd hebt van het soort Bengaal dat je wilt fokken, kan de zoektocht naar een geschikte poes beginnen. Wij raden aankomende Bengaalfokkers (ook als zij ervaring hebben met een ander kattenras of diersoort) altijd aan te beginnen met een enkele poes. Voor het eerste nest kan een buitendekking gehaald worden, waarna gauw blijkt of de Bengaal het juiste ras voor jou is. Als je begint met fokken zou je kunnen ontdekken dat je helemaal geen afstand kan doen van kittens, als je al een ander ras gewend bent kan het zijn dat je Bengaalkittens veel te druk vindt en liever bij je oude ras blijft. Het gelijktijdig met de poes kopen van een kater is zeker af te raden: katers zijn namelijk veel vroeger sexueel actief dan poezen, en een sexueel actieve Bengaalkater houd je niet voor je plezier. Ook is de aanschaf van een kater voor één poes meestal niet de moeite waard: na het eerste nest moet de poes tenminste acht maanden rust, en het is niet altijd zeker dat de kater in die tijd buitendekkingen krijgt. Intussen is de kater volwassen en begint hij te sproeien en poezen te roepen. Als je een dochter van hem hebt gehouden moet je oppassen dat hij haar niet dekt. Na het eerste nest eventueel nieuw aangeschafte poesjes zijn nog niet oud genoeg om mee te fokken. De kater loopt nu een serieuze kans gecastreerd te worden, terwijl hij slechts één dekking heeft gegeven en een heleboel frustraties en schoonmaakwerk.

Een verstandiger scenario is, de eerste dekking te halen bij een passende kater van een ervaren fokker. Na dit eerste nest weet je of je verder wilt fokken, bovendien heb je misschien een mooi poesje gehouden. Je kunt nu ook overwegen een onverwant poesje erbij te kopen, bijvoorbeeld een poesje dat de eventuele tekortkomingen van de eerste poes aanvult. Je weet al veel beter hoe een Bengaal eruit moet zien, wat je zelf mooi vindt en waar je verder nog op moet letten. Je kunt inschatten wat voor soort kater je poezen nodig hebben en je hebt het vertrouwen dat je zelf een goede kater kan herkennen. Een 'eigen aanschaf' geeft veel meer voldoening dan de aanschaf in relatieve onervarenheid van een door een ander aangeraden dier. Het wordt nu ook de moeite, eventueel een kater te importeren, waardoor de kater ook interessanter wordt voor buitendekkingen. Tegen de tijd dat het katertje sexueel actief wordt, kan de eerste poes een tweede nest. Daarna volgen eventuele dochters en nieuw aangeschafte poesjes. Een aantal maanden later kan de kater alle poezen nog een keer dekken, maar je kan ook een nieuwe kater kopen of aanhouden uit het nest van je onverwante poes. Zeker als je veel buitendekkingen gegeven hebt, wordt het nuttig en financieel mogelijk om misschien zelfs een import te doen. Als je met overleg nieuw bloed inbrengt, word je ook als beginnende fokker een gewaardeerd lid van de fokgemeenschap.

Als het enthousiasme voor de Bengaal in mensen is opgewekt, krijgen zij vaak de neiging in korte tijd veel Bengalen te willen kopen. Wij raden dit 'verzamelen' van Bengalen altijd zeer sterk af, om de volgende redenen:

* je weet niet of je Bengalen en Bengaalkittens wel leuk vindt.

* je weet niet of je fokken wel leuk vindt, of je bijvoorbeeld eventuele problemen aankan en of je kittens af kan staan.

* je hebt nog weinig kennis van Bengalen en weet dus niet welke kant je op wilt met fokken. Waarschijnlijk vind je de katten nu prachtig maar zie je er over een jaar heel veel fouten aan.

* in Nederland zijn bijna alle Bengalen aan elkaar verwant: meer dieren uit dezelfde lijn aanschaffen is voor de fok niet verstandig.

* als je Bengalen van dezelfde leeftijd koopt komen ze tegelijk in de pubertijd, waardoor je vanaf een leeftijd van acht maanden rangordeproblemen kunt krijgen: deze problemen bestaan vooral uit plagerijen en vechtpartijen maar ook sproeigedrag (ook bij poezen!) komt zeer veel voor. Dit gaat meestal niet meer over!

* als je in het begin teveel Bengalen aanschaft krijg je snel teveel katten in huis, waardoor je geen kittens meer aan kan houden uit je eigen fok. Omdat de kittens als het goed is beter zijn dan hun ouders, moet je dan dus de vooruitgang van je fok verkopen en blijf je zelf op een laag niveau fokken.

* je kunt het geld dat je aan meer Bengalen besteedt beter sparen en dan later een poes of kater kopen die je eerste zelf gefokte Bengaaltjes kan verbeteren.

Een andere tip is, om bij het halen van een buitendekking en bij de aanschaf van een fokdier niet teveel te letten op titels en showsuccessen. Showsuccessen zijn niet alleen afhankelijk van de huidige smaak van de keurmeesters, maar ook van de bereidheid van een fokker om te showen. Een ongetitelde kater kan best mooier zijn, maar een eigenaar hebben die niet graag naar show gaat. Een getitelde kater of lijn is bovendien vaak zeer populair en daardoor genetisch gezien minder interessant. Vaak is het moeilijker, maar zeer de moeite waard om iets verder te kijken en een kater te gebruiken van een heel onbekende afstamming. Bij vrijwel alle rassen zijn in de beginfase populaire katers veel gebruikt en soms bleken die later een ongewenste eigenschap te dragen. Doordat iedereen deze kater gebruikt had, of er dochters van had gekocht, was er op gegeven moment geen kat van dat ras meer die die eigenschap niet bij zich droeg. Dit kun je voorkomen door niet allemaal dezelfde lijnen te gebruiken, ook al zijn die nog zo mooi en zo populair.

Fokethiek

Als je serieus wilt gaan fokken, is het belangrijk om het fokken serieus te nemen. Een goede naam opbouwen is zeer belangrijk en onmisbaar voor het contact met andere fokkers en met eventuele kittenkopers. Om het fokken als hobby vol te kunnen houden moet je voor je kittens goede huizen kunnen vinden, maar ook moet het fokken leuk blijven. Daarvoor is het belangrijk dat je op een leuke manier contact kan hebben met andere fokkers. Enige concurrentie zal er natuurlijk altijd zijn, dat maakt het fokken ook spannend, maar bedenk, dat zij dezelfde interesse hebben als jij en dat jullie veel voor elkaar kunnen betekenen. Je bent er dus bij gebaat een zo vriendelijk mogelijke relatie met hen te onderhouden.

Behalve contact met andere fokkers kan ook het contact met geïnteresseerden in de Bengaal erg leuk zijn, ook als ze niet direct een kitten willen. Showsuccessen zijn natuurlijk altijd leuk, en een kitten verkopen aan een andere fokker kan veel voldoening geven bij het fokken. Maar voor ons is het het allerleukste als een kitten op de voor hem of haar perfecte plek terecht is gekomen. Om een zo goed mogelijke naam op te bouwen en zoveel mogelijk plezier aan het fokken te beleven kunnen wij nog de volgende punten aanstippen:

* probeer bij je contacten nooit het onderste uit de kan te halen: dit geeft bij de andere partij, zowel liefhebbers als fokkers, altijd een vervelend gevoel. Je hebt dan je dekgeld of kittenprijs wel binnen, maar er gaat veel goodwill tegenover jou verloren.

* houd je aan afspraken, niet alleen over geld, maar geef bijvoorbeeld ook goede nazorg: wees bereid vragen te beantwoorden en neem in geval van nood een kitten (of volwassen kat) terug. Doe bij ziekte of overlijden van een kitten, of bij onvruchtbaarheid van een volwassen dier liever teveel dan te weinig. Je reputatie is veel meer waard dan de prijs van een kitten.

* wees altijd eerlijk, dat voorkomt klachten of erger achteraf. Is een kitten niet geschikt voor de wensen van de koper, of is het ziek geweest, zeg dit dan gewoon.

* koop niet en haal geen dekkingen bij fokkers die het niet nauw nemen met de leefomstandigheden van hun katten. Je loopt dan namelijk een groot risico op ziekten, je houdt een dieronwaardige situatie in stand en je kunt je reputatie beschadigen door associatie.

* als je twijfelt over een eventuele koper, of gewoon een onaangenaam gevoel over iemand hebt, verkoop dan niet! Houd het kitten liever wat langer, want meestal komen dit soort gevoelens uit...

Als je over deze zaken nadenkt, en ook eens in de huid van een ander kruipt bij het maken van afspraken, krijg je waarschijnlijk 'vaste klanten'. En er is niks leuker dan iemand een tweede Bengaal verkopen!

 

vorige paginaVolgende Pagina