De Bengaal: een ras apart

Het karakter

Als het karakter van de Bengaal in trefwoorden omschreven moet worden, zijn dit 'actief' en 'aanhankelijk'. Bengalen kunnen verschrikkelijk druk spelen en als ze uitgespeeld zijn zitten ze graag op schoot. Bengalen liggen ook heel graag in of op bed, maar pas op: hun speelsheid zit om de hoek en valt graag eens een te ver uitstekende teen aan! Bengalen zijn ook verschrikkelijk nieuwsgierig en willen altijd weten wat je aan het doen bent en of ermee te spelen is. Ze helpen met afwassen, stofzuigen, klussen, schilderen en proberen van alle hulpmiddelen de speelbaarheidsfactor uit (gereedschap, stofzuiger, bollen wol, breinaalden, garenklosjes, proppen papier). Zoals alle echte katten zitten Bengalen graag midden op de krant die jij net aan het lezen bent. Ze kruipen er echter ook net zo lief met z'n allen onder, waarbij de krant de nodige kleerscheuren oploopt. Ook eten vinden ze heel interessant, maar een Bengaal is geen geboren bedelaar: het is hem makkelijk af te leren.

Lopend Vuur Parcifal & Tristan Bengalen zijn heel erg op gezelschap gesteld. Eén Bengaal is een halve Bengaal. Of zijn gezelschap uit mensen, katten of andere dieren bestaat maakt hem niet zoveel uit. Als hij maar niet alleen is. Samenleven met andere dieren gaat de Bengaal heel goed af, omdat hij geen dominant karakter heeft en zich zeer snel aanpast. Ook voor kinderen is de Bengaal een goede maat, die overal mee naar toe gaat en urenlang wil spelen. Hij laat niet graag met zich sollen maar zal nooit aanvallen. Als hij geplaagd wordt rent hij gewoon weg en laat zich voorlopig niet meer zien. Hoewel een Bengaal dus zeer op gezelligheid gesteld is, kan hij ook heel goed zichzelf vermaken. Uren kan hij zoet zijn met een propje papier of een stukje karton. Met andere katten ontstaan renpartijen, hinderlagen bij het kattenluik en worstelpartijen. Een Bengaal kan heel makkelijk leren te apporteren: pak gewoon zijn speeltje als hij ermee bezig is en gooi het duidelijk zichtbaar een stukje weg. De kans is heel groot dat hij het meteen terugbrengt en dit nieuwe spelletje erg waardeert. Sommige Bengalen spelen eerst nog even zelf met het speeltje en brengen het dan pas terug.

Water heeft een speciale aantrekkingskracht op de Bengaal. Dit kan een overgeërfd trekje van de wilde voorvader zijn, want wilde katten zijn over het algemeen absoluut niet bang van water. De tijgerkat staat erom bekend, dat hij zijn behoefte in stromend water doet, zodat hij zijn aanwezigheid niet aan andere dieren verraadt. Er zijn Bengalen die mee onder de douche gaan en die uit zichzelf op de WC plassen. Leer ze niet om vervolgens door te trekken, want ze doen de hele dag niet anders meer. Als er een bad volloopt, valt de Bengaal er gegarandeerd in. Bengalen drinken het liefste stromend water uit de kraan, maar water in een waterbak kan ook stromend gemaakt worden door er flink in te spetteren.

Bambino Crown Princess Bengalen praten graag, maar meestal niet hard. Krolse poezen kunnen wel verschrikkelijk hard schreeuwen. Ook als ze tegen hun zin opgepakt worden kunnen Bengalen heel hard gillen. Een niets vermoedende steward kan hier behoorlijk van schrikken. Het betekent echter niets: waar een gemiddelde kat na zo'n waarschuwing aan zou vallen, is het voor de Bengaal gewoon conversatietoon. Voor Bengalen die buiten lopen heeft de 'sirene' wel zijn voordelen. Als een vreemde de kat wil stelen, weet de buurt meteen dat de Bengaal opgetild wordt. Bengalen lopen dus niet zoveel risico gestolen te worden als men zou denken van zo'n bijzondere kat. Bovendien zijn Bengalen vaak wantrouwend tegen vreemden en laten zich zeker buiten niet zomaar door hen meenemen. En voor sommige mensen zal zo'n grote, gevlekte verschijning met zijn roofdierenuitdrukking er iets te gevaarlijk uitzien om op te pakken, zeker als hij nog wat gezellige conversatie maakt. Maar hoewel Bengalen dus vrij goed naar buiten kunnen, hoeven ze niet persé naar buiten en zijn ze zeer tevreden binnenshuis. In verband met de vele gevaren die buiten op de loer liggen is het vaak verstandiger een kat niet buiten te laten, maar een buitenren te maken.

Junglebook To Boldly GoAls binnenkat moeten Bengalen wel de mogelijkheid hebben om te rennen en om te klimmen, een trap is bijvoorbeeld heel leuk speelgoed. Als een Bengaal zijn grote energie kwijt kan, al is het maar met dat propje papier, dan zal hij niet vaak iets stukmaken. Bengalen klimmen niet in de gordijnen en scheuren geen behang. Ze willen wél alles een keer gezien hebben en kunnen dan ook vrij roekeloze sprongen maken, bijvoorbeeld om op een kast te komen. Vaak nemen ze dan vliegles naar beneden. Vooral tijdens het spelen kan een Bengaal wel eens wat omgooien, omdat hij dan niet zo goed oplet in zijn geestdrift. Maar dat geldt eigenlijk voor alle actieve katten.

Behalve goede huisgenoten zijn Bengalen ook hele goede ouders. De moederpoezen staan duidelijk nog heel dicht bij de natuur. Het begint al bij de geboorte, deze verloopt zeer snel en opvallend stil. Het lijkt wel of de moederpoes verdoofd is, ze lijkt niet echt bij de bevalling aanwezig. Een poes bij ons is bevallen terwijl de buren met een klopboor aan het boren waren in de muur waar haar mand tegenaan stond. Ze gaf geen krimp en leek de volgende dag pas weer echt wakker te zijn. Als het nest eenmaal geboren is blijken Bengalen zeer goede moeders te zijn, die vaak opvallend natuurlijk gedrag vertonen: een poes bij ons sleepte altijd rondslingerende sokken of speelgoedjes door het huis en riep dan haar kittens bij zich om te komen eten. Eenmaal ving zij zelfs een muis voor ze! Een andere Bengaalpoes slokte al het voer voor de neuzen van haar kroost weg. Toch kwamen deze Bengaaltjes gestaag aan en leken niets te kort te komen. Het bleek dat de poes het opgeslokte voer in hapklare porties weer voor haar kittens opgaf.

Zelfs Bengaalkaters zijn zeer goed met hun kittens.Lopend Vuur Marmelade en kitten Als je een Bengaal stelletje' met kroost ziet, begin je echt te twijfelen aan het verhaal van de solitaire kat die alleen om te paren gezelschap zoekt. Bengaalvaders werken actief mee aan de opvoeding van hun kittens en vormen zo een echt gezinnetje. In Engeland heeft een Bengaalkater zelfs een nest geadopteerd waarvoor de moeder door omstandigheden niet kon zorgen. Alleen de voeding moesten zijn mensen verzorgen, de rest deed hij.

Spelen met een Bengaal is een aparte ervaring. De meeste Bengalen kunnen goed apporteren, we hebben zelfs van een kater gehoord die voorwerpen uit de sloot apporteerde. Ook kunnen Bengalen heel hoog springen, vaak compleet met achterwaartse salto. Met een veren pluimpje is dit goed te zien, maar ook een bromvlieg wordt met veel enthousiasme achterna gezeten. Het voordeel hierbij is, dat het huis zelfs in de warmste zomer op milieuvriendelijke wijze vrij blijft van vliegen. In de slaapkamer worden 's nachts ook muggen weggevangen, nog voordat ze de kans krijgen om te steken. Nadeel van de mini-jachtpartijen is, dat Bengalen niet altijd even goed opletten waar ze neerkomen na een sprong: bij de vliegenjacht kan weleens wat sneuvelen en bij de muggenjacht komt de ongestoorde nachtrust in gevaar.

Een ander leuk spelletje is vissen. Men neme een Bengaal, een leuk speelgoedje, een stuk touw en een stokje. Bind het speeltje met het stuk touw aan het stokje, gooi het 'aas' uit en hengelen maar. Leuk voor de Bengaal en ontspannend voor de baas. Tip voor de luie baas: koop zo'n laserpen. Het rode lichtje maakt iets los in de Bengaal, waardoor hij erachteraan rent en springt tot hij erbij neervalt.

Lopend Vuur Goudstuk

Dit alles zonder enige inspanning van de baas. Let ook hierbij weer zelf op waar de kat neerkomt, de Bengaal doet het niet.

Natuurlijk zijn Bengalen niet helemaal perfect, daarom nog even aandacht voor de nadelen van het Bengalen-karakter: een Bengaal kan niet zoals vele andere katten 'langs elkaar heenleven'. Hij zal andere katten niet met rust laten en is dus absoluut niet geschikt om bij een niet-sociale kat te plaatsen. Ook met angstige katten vormt een Bengaal geen goede combinatie: vooral ongecastreerde poezen en katers kunnen een angstige kat genadeloos plagen. Het plagen bestaat vooral uit vanuit een hinderlaag bespringen. Ongecastreerde Bengaalkaters kunnen onder invloed van hun mannelijke hormonen poezen en castraten lastig vallen. Ongecastreerde Bengaalpoezen kunnen behoorlijk sproeien, vooral als ze krols zijn, en houden er een strikte hiërarchie in huis op na. Hierbij plaagt de hoogst geplaatste poes de lager geplaatste poezen, waarbij de laagst geplaatste poes het erg moeilijk kan hebben.

Het plagen van poezen en het sproeien is makkelijk te voorkomen door de Bengaal op tijd te laten castreren. Natuurlijk zijn er ook veel Bengalen die nooit dit soort problemen geven, het is echter verstandig vantevoren te overleggen of een Bengaal bij jouw kattengroep past en als je wilt fokken, hoe je met eventueel sproeigedrag om kunt gaan.

Als je een gecastreerde Bengaalkater hebt, raden wij mensen tegenwoordig aan deze niet los buiten te laten in een buurt waar ongecastreerde katers rondlopen. Het is al een aantal keren gebeurd dat wij katers moesten herplaatsen omdat ze een sproeiprobleem hadden, dat veroorzaakt werd doordat zij buiten lastig gevallen werden door dominantere ongecastreerde dieren, en dan in huis gingen sproeien om in elk geval dat territorium veilig te stellen.Toen zij in hun nieuwe huis niet meer naar buiten konden of alleen in de eigen tuin was het probleem opgelost.


vorige paginaVolgende Pagina