De Bengaal: een ras apart

Een Bengaal importeren

Om een ras genetisch op peil te houden en om bepaalde gewenste eigenschappen te introduceren of versterken, kan het interessant zijn om uit het buitenland te importeren. Door de mogelijkheid om een nieuwe lijn uit het buitenland te importeren wanneer dat nodig is wordt de genetische basis van het ras veel groter. Je kunt de Bengaalpopulaties in de verschillende landen als één populatie zien, omdat het heel gemakkelijk is om de genen te vermengen door middel van een import. In het geval van de Bengaal zijn in bepaalde landen, met name de Verenigde Staten, zelfs dieren uit nieuwe wildkruisingen beschikbaar.

Reden voor het importeren

Voor je beslist om een import te doen, is het van groot belang goed te overwegen of je de import werkelijk nodig hebt. Een Bengaal importeren voor het nieuwe bloed is alleen zinnig als je dat nieuwe bloed ook echt direct nodig hebt. De ontwikkelingen in het ras gaan zo snel, dat je het risico loopt dat je dure aankoop alweer verouderd is voor je het nieuwe bloed echt kunt gebruiken. Kun je nog even voort met je eigen dieren, wacht dan liever wat langer en profiteer van de inspanningen van de buitenlandse fokkers die intussen het ras verbeteren. Let om dezelfde reden op dat je niet teveel dieren tegelijkertijd importeert, kijk liever eerst wat je import te bieden heeft en neem die informatie mee in je volgende aanschaf. Let ook op wat andere fokkers importeren: vers bloed heeft weinig nut als iedereen het introduceert.

Als je wilt importeren voor een bepaalde eigenschap die in je eigen Bengalen ontbreekt, laat dit dan duidelijk weten aan de fokker in kwestie. Dan kan hij of zij ervoor zorgen dat het betreffende kitten deze eigenschap ook werkelijk bezit. Wees ook kritisch op de rest van het dier: als het je favouriete eigenschap bezit maar verder totaal niet bij jouw andere Bengalen past of zelfs van een veel mindere kwaliteit is loop je het risico om te verliezen wat je tot nu toe opgebouwd hebt. Je kunt de nieuwe eigenschap niet in een enkele kruising in je lijnen introduceren, dus je nieuwe fokdier moet meer dan één generatie 'mee kunnen'.

Uit welk land importeren

De meeste importen worden gedaan uit de Verenigde Staten en uit het Verenigd Koninkrijk. Belangrijk bij de keuze van het land is bij de meeste fokkers de mogelijkheid om zelf een kitten uit te kunnen gaan zoeken. Dit is in Europa natuurlijk makkelijker dan in de Verenigde Staten. Hierbij is de reden voor de import weer zeer belangrijk, want in de meeste Europese landen is het aantal beschikbare bloedlijnen beperkt en is meestal ook een bepaald type Bengaal populair. Als dit het type en de lijn zijn die je zoekt: prima, maar als je een ander type wilt of een nieuwe lijn zullen toch vaak de Verenigde Staten de enige keuze zijn. Hier zijn namelijk nog steeds de meeste verschillende typen Bengalen en de meeste bloedlijnen voorhanden. Let goed op de kwaliteit van de gefokte Bengalen: geen enkel land heeft alleen goede en betrouwbare fokkers binnen de grenzen!

Als de beslissing voor een land en misschien voor een fokker gevallen is, is het goed je te realiseren dat het fokken van Bengalen in elk land verschillend gebeurt. In Nederland wordt over het algemeen op kleine schaal gefokt, vijf fokpoezen is al veel. De meest dieren lopen vrij rond in huis en zijn behalve fokdier ook huisdier. Het fokken is voor de meesten een hobby die vrij veel geld kost.

Over de grenzen kan deze instelling zeer verschillen: in Amerika is fokken 'business' waar ook zeer hevige concurrentie plaatsvindt. In Amerika zijn 'fokkers' actief die Bengalen vermeerderen voor het geld. Uitzonderingen daargelaten hebben Amerikanen grote catteries (meer dan 20 katten) en leven de katten niet in huis. Let op: ook de goed bekend staande catteries fokken niet alleen goede katten en nemen het niet allemaal even nauw met het welzijn van dieren. De beste oplossing is gaan kijken, maar ook zorgvuldig een fokker selecteren, veel contact hebben en rechtuit vragen stellen kan effect hebben.

Een heel eigenaardige eigenschap van veel Amerikanen, waar je bij het importeren terdege rekening moet houden is, dat zij genegen zijn op te scheppen. Goede eigenschappen worden ongelofelijk aangedikt, slechte eigenschappen verzwegen of zelfs omgedraaid. Vraag de fokker foto's te sturen en de goede (en slechte) eigenschappen van de betreffende Bengalen te noemen. Heeft de kat op de foto flaporen en noemt de fokker dit 'tiny ears', dan ben je gewaarschuwd. Doe dit voor alle eigenschappen die je belangrijk vindt en beschrijf de kat die je wilt tot in de meest miniscule details. Houd er rekening mee dat de standaard van land tot land kan verschillen: in de Verenigde Staten valt men bijvoorbeeld absoluut niet over een streepje of een medaillon, en in Engeland houdt men veel van zeer warm gekleurde Bengalen. Vergeet niet naar ongewenste recessieven, staartfouten en medaillons te vragen: men kan 'vergeten' ze te noemen. Je zult als je van een foto (zie voorbeelden op deze pagina) koopt veel vertrouwen moeten hebben in de fokker. Kun je door communicatie dit vertrouwen niet opbouwen, koop dan niet!

Neem voor alle importen de tijd en laat de fokker weten dat je kunt wachten op het voor jou perfecte kitten. Als je zoveel geld uitgeeft kun je beter een half jaar wachten op eerste keus, dan genoegen te nemen met een overblijvertje.

Als je je kitten gaat uitzoeken, heb je het voordeel dat je het kitten, de ouders en de cattery kunt zien. Het nadeel is dat je snel kunt bezwijken voor een schattig kitten dat niet helemaal aan jouw eisen voldoet maar dat zo lief is, terwijl het geld in je zak brandt om een Bengaal te kopen. Ook is op jonge leeftijd moeilijk te zien hoe een kitten uit zal groeien, zelfs voor een hele ervaren fokker. Maar je kunt altijd een beter oordeel over een kitten vellen als je het in levenden lijve ziet, en om impulsaankopen te voorkomen kun je natuurlijk pas gaan kijken als de fokker een kitten van jouw beschrijving denkt te hebben.

Verplichtingen

Als je een Bengaal importeert zul je allereerst moeten betalen. Als je de kat op laat sturen moet je vantevoren betalen, als je je kat zelf gaat halen kun je natuurlijk ter plekke betalen. Sommige buitenlandse fokkers vragen geld om je op de kittenlijst te plaatsen. Wij raden af bij dergelijke fokkers te kopen. Zoals al gezegd liggen de prijzen in het buitenland veel hoger: in de Verenigde Staten 2000 tot 3000 dollar voor fok/showkwaliteit en in Engeland rond de 1000 tot 1500 pond. Daar komen meestal transportkosten en stamboekpapieren nog bij, en soms zelfs de entingen.

Voor 1500 dollar kan men in de Verenigde Staten wel fokkwaliteit krijgen, maar deze Bengalen hebben vaak ernstige fouten: een staartfout, een medaillon, hevige ticking, veel strepen. Een dergelijke Bengaal moet uit een verder zeer interessant nest zijn om de moeite van het importeren waard te zijn. Als je een dure Bengaal importeert, wil je hem ook wel aan de rest van de wereld laten zien, dus overweeg zeker de beste kwaliteit te nemen!

Om Nederland in te komen moet een kat beschikken over een rabiësenting van ten minste 30 dagen oud en ten hoogste 1 jaar oud. Zorg dat het kitten die enting heeft, ook op show moet je van een buitenlandse import een entbewijs van rabiës kunnen overleggen en je kunt op het vliegveld of bij de grens grote problemen krijgen als de enting ontbreekt of niet geldig is. Ook verplicht is een officiële gezondheidsverklaring van ten hoogste tien dagen oud. Houd er rekening mee dat je bij de douane de kat aan moet geven voor de op zijn papieren vermelde waarde, en dat je over die waarde 17.5 % belasting moet betalen. Ook ben je bij vrachttransport aan de luchtvaartmaatschappij opslagkosten verschuldigd, dit is ongeveer honderd gulden.

Andere overwegingen

Een belangrijke beslissing bij een import is natuurlijk het geslacht van de te importeren kat. Een kater kan in korte tijd een grote invloed uitoefenen op het ras, en heeft een grotere kans om showsuccessen te behalen. Bij de meeste fokkers loopt een kater ook echter een beduidend groter risico om gecastreerd te worden vanwege zijn sproeigedrag, waarna hij voor de fok natuurlijk onbruikbaar is. Meestal is een kater nuttiger voor het ras in het algemeen (als de eigenaar buitendekkingen geeft) en is een poes leuker voor de fokker, omdat zij een aantal jaren plezier geeft in de vorm van nestjes. Het is dus geheel afhankelijk van de wensen van de eigenaar, van de opbouw van zijn Bengalenhuishouden en van zijn fokwensen en -doelen welk geslacht voor hem de beste keus is.

Vroege generaties

F-2 Junglebook ALC OdysseyEen voor de Bengaal unieke mogelijkheid is de import van een vroege generatie Bengaal (F-1, F-2 of F-3). Voordeel van zo'n import is, dat een nieuwe lijn zo zuiver mogelijk is, zonder veel invloed van bestaande Bengaallijnen waar al veel mee gefokt is. Ook is het uiterlijk meestal wilder dan gemiddeld en bezit de vroege generatie Bengaal vaak gewenste eigenschappen die uit later generaties vaak verdwenen zijn. Belangrijkste nadeel is natuurlijk dat het karakter instabiel kan zijn, wat het houden van en fokken met een vroege generatie Bengaal zeer moeilijk kan maken. Ook valt de keuze van het geslacht weg: men moet een poes nemen. Het is ook niet zo, dat een vroege generatie Bengaal er altijd wilder uitziet dan een latere generatie Bengaal: een vroege generatie heeft een hoger aandeel wild bloed, maar vaak ook een hoger aandeel niet-Bengaals bloed dan een latere generatie. Je moet dus op blijven letten op het uiterlijk! Voor een beginnende fokker is de aanschaf van een vroege generatie Bengaal zeker af te raden, en zelfs een meer ervaren fokker moet zorgvuldig overwegen of het niet meer de moeite waard is een nieuwe lijn te laten stichten door specialisten en zelf een zorgvuldig gefokte latere generatie Bengaal uit een dergelijke lijn aan te schaffen.

De komst van het nieuwe katje

Een importkatje heeft meestal een inspannende reis achter de rug en kan zelfs jetlag vertonen. Het is dan erg druk en speels en blijft zo tot het donker wordt. Dan valt het in slaap en slaapt zeer lang en zeer diep. Daarna is het ritme weer in orde en behoort het katje normaal te eten en naar de bak te gaan. Bij oudere dieren kan dit natuurlijk langer duren.

Het kan verstandig zijn een nieuwe aanwinst een tijdje te isoleren, zowel voor de rust als voor eventuele besmettingen. Soms is een bezoek aan de dierenarts ook nuttig, bijvoorbeeld als een besmetting wordt vermoed. Als het katje zich goed herstelt van de reis kan het na enkele dagen met de andere katten kennismaken. Nu kan de fokker ook goed zien hoe zijn nieuwe aanwinst bevalt en kunnen de andere nieuwsgierige fokkers komen kijken.

Giardia

Als een (import)Bengaaltje zeer hardnekkige diarree heeft, denk dan aan Giardia. Dit is een darmparasiet waar Bengalen blijkbaar erg gevoelig voor zijn en die vooral in de Verenigde Staten vrij veel voorkomt. Giardia veroorzaakt diarree bij de dragers, vooral bij kittens. Oudere dragers krijgen diarree als ze onder stress staan. Oorzaak van de stress kan een verhuizing zijn, een show, ruzie in huis of een nestje. Na verloop van tijd gaat de diarree vanzelf over, maar een kitten kan groeiachterstand oplopen die soms nooit meer ingehaald wordt. Bovendien is diarree bij een kitten altijd gevaarlijk doordat kittens snel uitdrogen. Fokpoezen met Giardia kunnen bij elk nest diarree krijgen, waardoor hun conditie snel achteruit kan gaan. Ze kunnen bovendien hun kittens besmetten. Showkatten kunnen bevattelijker worden voor andere ziekten als ze elke keer na een show diarree krijgen.

Giardia is moeilijk aan te tonen, dus als een Bengaal hardnekkige diarree heeft is het het beste hem gewoon te behandelen met Flagyl. Dit is bij de dierenarts te krijgen. Katten vinden het erg vies en gaan er erg van speekselen. Als het helpt is er echter geen andere oplossing en moet de kat de pillen slikken. Eigenlijk moeten dan ook alle andere katten in het huishouden behandeld worden, wat een bijna onmogelijke opgave is. Giardia kan altijd weer terugkomen, dan moet gewoon opnieuw behandeld worden. Het is een zeer lastige parasiet, maar meestal niet gevaarlijk: alleen voor jonge kittens is het uitdrogingsgevaar zeer reëel. Giardia kan alleen via uitwerpselen verspreid worden, dus het besmettingsrisico op shows is zeer klein.

vorige paginaVolgende Pagina