De Bengaal: een ras apart

Ongewenste genen

Doordat de eerste generaties Bengaalkaters steriel zijn, zijn er bij de opbouw van het ras in de Verenigde Staten veel verschillende kattenrassen gebruikt. Het meest gebruikte ras is de Egyptische Mau, maar ook rasloze katten, Ocicats, Abessijnen, Burmezen en waarschijnlijk nog andere rassen zijn gebruikt. Deze katten kunnen een keur aan ongewenste genen in de Bengaal gebracht hebben. Er is een onderscheid te maken bij de vererving van de ongewenste genen, namelijk in dominant verervende genen en recessief verervende genen.

Dominant verervende ongewenste genen

De dominant verervende genen, zoals zilver, genetisch rood, Abessijnse tabby en witte aftekeningen komen meteen tot uiting en kunnen daardoor makkelijk uitgeselecteerd worden. Alleen nieuwe kruisingen met katten met dit fenotype kunnen deze genen dan weer terugbrengen in de Bengaal. Bij het ontstaan van het ras kwamen witte aftekeningen, genetisch rood en zilver vrij veel voor: het genetisch rood en de witte aftekeningen komen vooral van rasloze katten en het zilver van de Egyptische Mau.

Witte aftekeningen bevinden zich voornamelijk aan voeten, staartpunt en op de buik, borst en hals. Een Bengaal hoort geen witte aftekeningen te hebben. Buikvlekken en medaillons komen nog wel af en toe voor. Met een Bengaal met deze aftekeningen moet in principe niet gefokt worden. Betreft het een unieke lijn, dan kan het nuttig zijn de betreffende kat toch te gebruiken.

Genetisch rood geeft fel oranje gekleurde dieren maar ook schildpad gekleurde poezen. Een schildpad heeft een mengeling van rode en zwarte haren (al dan niet met tabby-patroon) en kan heel makkelijk te herkennen zijn. Maar soms zijn er slechts enkele rode haren op de poes te zien, bijvoorbeeld een rode teen. Dit dier is dan toch een schildpad en kan gekruist met een gewone Bengaal rode katertjes en schildpad poesjes geven. Genetisch rood komt in het algemeen niet meer voor bij de Bengaal, alleen bij hele experimentele fokkers die met vroege generaties werken zou het nog aangetroffen kunnen worden.

Bij het ontstaan van het ras zijn voor de eerste generaties vaak zilver Egyptische Mau poezen gebruikt, waardoor veel van de eerste F-1's zilvers waren. Deze katten zijn grijs met over het algemeen zeer zwarte vlekken. In de Verenigde Staten noemt men ze ook wel charcoal, omdat hun vlekken zo in en in zwart zijn. Omdat de meeste fokkers echter warm gekleurde Bengalen prefereren is deze kleur zeer zeldzaam, hoewel er nog steeds enkele fokkers nieuwe F-1's maken met Egyptische Mau poezen. De zilver Bengaal is echter nog niet helemaal verdwenen, dankzij een misverstand dat bij enkele fokkers in de Verenigde Staten leeft. Zij noemen de zilver Bengalen namelijk 'sneeuwbengalen' omdat ze ook een lichte ondergrond hebben met donkere vlekken.

F-2 zilver spotted tabby Het onderscheid tussen een zilver Bengaal en een sneeuwbengaal kan zeer moeilijk te maken zijn. Een siamese sneeuwbengaal is altijd te herkennen aan zijn blauwe ogen, maar dat geldt niet voor een burmese of tonkanese sneeuwbengaal. Een sneeuwbengaal heeft vaak wat zachtere bruintinten in de aftekening terwijl een zilver meestal een gitzwarte aftekening heeft. Maar dit is niet altijd het geval. Gelukkig komen zilver Bengalen in Nederland vrijwel niet voor, omdat de nederlandse stamboeken stamboomaanvragen controleren of ze genetisch mogelijk zijn. In de Verenigde Staten is dit meestal niet het geval, bovendien worden hier nog steeds nieuwe zilver Bengalen 'gemaakt' door wildkruisingen (zie foto). Pas dus op als je een sneeuwbengaal uit de VS haalt! Zilver is bij de Bengaal een niet toegestane kleur en zilver gekleurde dieren dienen dus uitgesloten te worden van de fok.

Kruising  Aby X BengaalDe Abessijnse tabby komt alleen uit een kruising met een Abessijn. Deze kruisingen worden vrijwel niet meer gedaan omdat alle kittens Abessijns getekend zijn (zie foto) en omdat de huidige Abessijn behoorlijk belast is met erfelijke aandoeningen (Patella luxatie, PRA, Amyliodose). Kruisingen van Abessijnen en Bengalen dienen uitgesloten te worden van de fok.

Recessief verervende ongewenste genen

De dominante genen komen meteen tot uiting als een kat ze draagt, recessief verervende genen kunnen echter generaties lang onopgemerkt doorgegeven worden voor ze tot uiting komen. Fokken met dragers geeft voornamelijk kittens die niet het afwijkende uiterlijk vertonen, waardoor moeilijk op deze eigenschappen geselecteerd kan worden. Soms wordt bewust met deze recessieven gefokt met als argument, dat ze bij wilde katten ook voorkomen. Maar hoewel dit vaak het geval is, is het ons inziens geen reden om ze dan ook maar bij de Bengaal in te gaan fokken.

Een afwijkend gekleurde wilde kat heeft vaak veel een minder grote overlevingskans dan de oorspronkelijke versie en komt dus in het wild niet voor. Alleen in gevangenschap kan een wilde kat met een afwijkende kleur in leven blijven. Bovendien voldoet een wilde kat met een afwijkende kleur wel aan de 'eisen' voor het wilde type. Een afwijkende kleur is dan een echte bijzonderheid, het dier ziet er evengoed nog wild uit. Bengalen voldoen nog lang niet allemaal aan de eisen voor een wild uitziend type. Een afwijkend gekleurde Bengaal kan hierdoor zijn laatste echt 'wilde' karakteristieken ( bijv. gezichtstekening, lichte buik, rozetten, contrast) verliezen, waardoor hij zich niet langer onderscheidt van andere raskatten en huiskatten. Bij de Bengaal voorkomende recessieven zijn:

Effen zwart

Dit gen, dat de tabby-tekening maskeert, is waarschijnlijk afkomstig van huiskatten, Ocicats, Egyptische Mau's en Burmezen. Zwarte Bengalen komen vrij vaak voor en zijn het bekendste voorbeeld van een in het wild voorkomende kleurafwijking. Een effen zwarte Bengaal, vooral als deze veel ghostmarking vertoont, doet veel mensen denken aan een zwarte luipaard (panter) . Maar dat doet een zwarte Oosters korthaar of een zwarte huiskat ook. Het fokken met een effen zwarte Bengaal is niet aan te raden. Door de maskering van de tabbytekening is niets te zien van het vlekpatroon dat deze kat zal vererven. Ook naar de speciale eigenschappen, zoals tickingvrije pels, glitter, contrast, gezichtstekening en witte buik valt alleen maar te raden. Bovendien bemoeilijkt het fokken met effen dieren de fok van mooie tabby Bengalen. Uit een nest met alleen tabby dieren is nu eenmaal makkelijker een zeer goede tabby te kiezen dan uit een gemengd nest, zeker als de te kiezen kat ook nog een bepaald geslacht moet hebben of er nog geoorloofde recessieven voorkomen in het nest (marble, sneeuw). Van alle ongewenste recessieven is de effen Bengaal echter het beste te verdedigen, omdat deze katten als ze een perfect type en veel ghostmarking bezitten een bepaalde wilde schoonheid kunnen hebben.

Blauwtabby

bluetabby bengaaltjes Het gen voor verdunningen komt veel voor bij Ocicats, Burmezen, Abessijnen en huiskatten. Een blauwtabby Bengaal lijkt op een gewone blauwtabby (zie foto), omdat van de speciale eigenschappen van de vachttekening van de Bengaal alleen het patroon te zien is. Het vloeiende kleurenspel van de marble, de rozetten, de gezichtstekening en de warme kleur verdwijnen. Er schijnen blauwtabby tijgerkatten te bestaan, maar deze zien er ongetwijfeld minder indrukwekkend uit dan hun wildkleurige soortgenoten. Bij het fokken met blauwtabby Bengalen is de aftekening weliswaar wel te zien, maar de andere bovengenoemde bezwaren blijven geldig. In tegenstelling tot de sneeuwbengaal voegt de blauwtabby geen voor de kattenwereld unieke kleurcombinatie toe aan het ras, want blauwtabby katten bestaan bij vele rassen.

Langhaar

Het langhaargen komt voor bij Abessijnen, Ocicats en huiskatten. Langharige Bengalen zijn weinig spectaculair, doordat de aftekening vrijwel niet meer te zien is. Ook het karakteristieke koptype verdwijnt in het haar. Langharige Bengalen zijn als kitten vrij lastig te herkennen. Ze hebben iets langer, wolliger haar dan gewone Bengalen. Pas als de beharing van de staart verandert, krijgt een langharige Bengaal de karakteristieke pluimstaart, en nog later ontwikkelen zich een kraag en een broek. Langharige Bengalen dienen net als effen zwarte en blauwtabby Bengalen uitgesloten te worden van de fok.

Chocolate, cinnamon

Deze van de Siamees afkomstige kleurgenen komen ook voor bij de Burmees en de Ocicat. Een browntabby Bengaal kan chocoladekleurig zijn terwijl hij genetisch zwart is: hij is dan te herkennen aan de zwarte staartpunt. Een chocolate Bengaal zal een chocoladekleurige staartpunt en voetzolen hebben.

Mutaties (Rex, Sfinx, Bobtail)

Over het voorkomen van deze mutaties in het genenmateriaal van de Bengaal is niets bekend. Via de bij het ontstaan van de Bengaal gebruikte rassen kunnen deze mutaties niet in het genen materiaal zijn gekomen. Men mag tevens aannemen, dat geen enkele bonafide Bengaalfokker alsnog met dragers van deze mutaties zal kruisen. Denkbaar is echter, dat men in deze rassen een Bengaal zou willen inkruisen om bijvoorbeeld geglitterde Rexen te creëren, of om bloed te verversen. De Bengaal is immers één van de meest gezonde raskatten, waarbij voortdurend bloedverversing plaats kan vinden door nieuwe wildkruisingen. Als men de kittens van deze kruising dan alleen voor het ras met de mutatie gebruikt, is er nog niks aan de hand. Maar het uiterlijk van de Bengaal vererft vrij sterk over en de resulterende kittens, die de mutatie alleen dragen, zien er dus vrij 'Bengaals' uit. Een leek of beginnende fokker zou zo'n kitten als echte Bengaal kunnen kopen en voor de fok gebruiken, waardoor de mutatie en bijkomende problemen (Rex: spasticiteit; Bobtail: staartafwijkingen) in het genenmateriaal terecht komen. Dit moet natuurlijk ten allen tijde voorkomen worden!

Bijkomend nadeel van het fokken met afwijkend gekleurde dieren is, dat de recessieve genen zich sterk door het genenmateriaal verspreiden omdat aan het uiterlijk van een drager niets te zien is. Behalve dat men dan voortdurend rekening moet houden met het geboren worden van afwijkend gekleurde dieren, kunnen de afwijkende genen ook nog eens samen voorkomen. Als dit gebeurt zijn de gevolgen vrijwel niet meer te overzien: effen blauw gekleurde Bengalen, lilac tabby Bengalen, Bengalen met effen zwarte points, langharige blauwtabbypoint sneeuwbengalen..... het aantal mogelijke combinaties is enorm. De wild getypeerde en getekende Bengaal is hierin absoluut niet meer te herkennen.

Door het resoluut voor de fok uitsluiten van alle kittens die één of meer van deze recessieven tonen kan men de afwijkende kleuren echter zeer goed beheersen. Natuurlijk moet men in het geval van afwijkende kleuren niet té strak te werk gaan: als een geheel nieuwe lijn bijvoorbeeld het gen voor effen zwart blijkt te dragen, volstaat het om de zwart gekleurde nakomelingen uit te sluiten. Het uitsluiten van alle dieren uit deze lijn levert door de beperking van het beschikbare genetische materiaal meer schade voor het ras op dan het af en toe geboren worden van een zwart kitten waarmee niet gefokt en geshowed kan worden. Dit geldt echter niet voor lijnen die schadelijke afwijkingen of mutaties dragen: hiervan dienen alle leden voor de fok uitgeschakeld te worden.

vorige paginaVolgende Pagina